RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Marte van Santen

_Annemarijne_Bax_-_RADAR_slaappoli_Martinie_ziekenh.jpg

Dokter, ik kan niet slapen

Veel mensen liggen ’s nachts wakker, zijn altijd moe of kunnen de slaap niet vatten. Kun je daar zelf geen verklaring voor vinden, dan kun je terecht bij een slaapcentrum. Er zijn er zo’n tachtig in ons land. We namen een kijkje bij de grootste van Noord-Nederland, in het Martini Ziekenhuis in Groningen.

 

promobanner3nummesr

In het slaapcentrum van het Martini Ziekenhuis krijg je algauw het gevoel in een sciencefictionfilm te zijn beland. In een behandelkamer bevestigen onderzoekslaborant Maurice Bogema en zijn assistent Joke Moekotte in een razend tempo een grote hoeveelheid meetinstrumenten op het lichaam van Joey (31). Acht elektroden op zijn hoofd. Twee naast zijn ogen. Twee op zijn kaak. Twee op zijn romp. Trilsensoren op zijn hals en in zijn neus. Twee rekbare banden om zijn borst en buik. Er komen wattenstokjes en scrubcrème aan te pas, zodat de elektroden beter op de huid blijven zitten. Voor extra goede ­hechting droogt Maurice de lijm onder de plakkers met een soort miniföhn. Uiteindelijk verbindt hij alle onderdelen via tientallen draden met een draagbaar ­kastje dat Joey om zijn nek krijgt.
Amper een halfuur later staat Joey weer buiten. Beplakt en behangen mag hij naar huis, om daar te proberen om een rustige nacht door te brengen. Het lijkt een haast onmogelijke opgave. Toch heeft hij het allemaal graag over voor het slaaponderzoek dat vannacht bij hem wordt gedaan. Zolang maar duidelijk wordt waarom hij al tijden zo hondsmoe is.


Joey is altijd moe

Het begon allemaal zo’n anderhalf jaar geleden. Hoewel autospuiter Joey altijd als een blok slaapt, rust hij sinds kort niet meer uit. Hij ontwaakt uitgeput. Gedurende de dag verergert die vermoeidheid alleen maar. Het kost hem steeds meer moeite om zich op zijn werk te concentreren. ’s Avonds komt er helemaal niets meer uit zijn handen. Niet normaal voor een gezonde jongen van 31, vond zijn vriendin. Op haar aanraden ging Joey dus naar de huisarts. Die stuurde hem door naar het slaap­centrum van het Martini Ziekenhuis. De resultaten van de longfoto, de longtest, het hartfilmpje en het bloedonderzoek waren allemaal prima in orde. De volgende stap in de zoektocht naar de oorzaak van zijn vermoeidheid: het slaaponderzoek. Het kastje om zijn nek meet een nacht lang allerlei waarden, waaronder zijn hersenactiviteit (die onder andere laat zien wanneer en hoe diep hij slaapt), zijn oogbewegingen, zijn hartslag, zijn ademhaling en zijn eventuele gesnurk. Al die ­gegevens tezamen ­moeten meer duidelijkheid ­bieden, zodat de ­specialisten van het slaapcentrum Joey kunnen helpen om zijn normale leven weer op te pakken.


Vaak gaat het om slaapapneu

Toen het Martini Ziekenhuis 22 jaar geleden met een speciaal slaapcentrum begon, was het een kleine en relatief onbekende afdeling. Inmiddels weten mensen uit de wijde omgeving het centrum te vinden; er komen nu meer dan duizend ­patiënten per jaar. Bij hun intake worden ze gezien door een longarts en een kno-arts. Maar er zijn veel meer zorgprofessionals bij het slaapcentrum betrokken. Denk aan een neuroloog, een klinisch neurofysioloog (een specialist die onderzoek doet naar de werking van de hersenen, de zenuwen en de spieren), een tandarts en een gezondheids­psycholoog.
‘Die multidisciplinaire aanpak is belangrijk omdat slaapproblemen veel verschillende oorzaken ­kunnen hebben’, zegt Sandra Been. Ze is als longarts aan het slaapcentrum verbonden. ‘In ongeveer de helft van de gevallen blijken onze ­patiënten slaapapneu te ­hebben. Dat is een aandoening waarbij je luchtweg ­tijdens het slapen eventjes wordt ­afgesloten. Niet één, maar soms wel tientallen keren per uur. De reactie in de hersenen – je moet doorademen! – zorgt ervoor dat je minder diep slaapt of zelfs even wakker wordt. Je rust dan niet goed uit, met alle problemen van dien.’
Apneupatiënten klagen behalve over vermoeidheid onder andere over ochtendhoofdpijn, ­concentratie- en geheugenproblemen en depressiviteit. Bovendien staat hun lichaam door de stokkende adem ’s nachts chronisch onder stress. Dat vergroot
de kans op bijvoorbeeld een beroerte of hart- en ­vaatziekten.


Rusteloze benen, dementie, insomnia

Slaapapneu komt veel voor; naar schatting zes tot twaalf procent van de volwassenen lijdt eraan. Maar er zijn veel meer ‘slaapziekten’, wel zo’n tachtig in totaal. Mensen kunnen bijvoorbeeld slecht slapen als gevolg van rusteloze benen, omdat hun biologische klok van slag is of omdat ze slaapwandelen. Een verstoorde nachtrust kan ook een symptoom zijn van een andere ziekte, zoals dementie. Iedere oorzaak vraagt om een eigen, specifieke behandeling. Vandaar dat het belangrijk is om die eerst te achterhalen. Zo kunnen rusteloze benen het gevolg zijn van een ijzertekort, dat met een supplement is te verhelpen. In andere gevallen bieden medicijnen die de bewegingen afremmen uitkomst, zogenaamde dopamine-agonisten.
‘Bij een flink deel van de patiënten vinden we geen aanwijsbare lichamelijke oorzaak’, zegt longarts Sandra. ‘Zij lijden aan wat we officieel ‘insomnia’ noemen, oftewel: slapeloosheid. Ze hebben moeite om in of door te slapen, worden regelmatig ’s nachts wakker of juist ’s ochtends heel vroeg. Dat kan te maken hebben met ongezond slaap­gedrag, zoals ’s avonds blootstaan aan veel licht van een telefoon of computer, of met te veel onrust in het hoofd. In zulke gevallen kan een psycholoog een rol spelen in de behandeling.’


Ze snurkt dwars door zijn oordoppen heen

Bij het spreekuur voor nieuwe patiënten is ­intussen thuiszorgmedewerker Patricia (58) binnen­gekomen. Zij worstelt al jaren met allerlei vage klachten, zoals vermoeidheid en ’s nachts ruste­loze benen en spierkramp. Het duurt minimaal een halfuur voor ze inslaapt, vaak langer. Gedurende de nacht wordt ze verschillende keren wakker. Sinds ze zes jaar ­geleden een burn-out kreeg, zijn die klachten alleen maar verergerd. Lang dacht ze dat haar slaapproblemen daar een overblijfsel van waren. Of dat ze bij de overgang hoorden.
Tot haar man recent iets over slaapapneu las. ‘Misschien heb je dat wel’, opperde hij. En nu zit ze dus bij het slaapcentrum. Physician assistant in opleiding Elise Huizinga neemt een uitgebreide vragenlijst met haar door. Ze vraagt onder andere: ‘Snurkt u erg?’
‘Ja, door de oordoppen van mijn man heen.’
‘Hoeveel koffie en zwarte thee drinkt u op een dag?’
‘Twee kopjes.’
Patricia krijgt een afspraak voor een slaaponderzoek. Over twee weken wordt zij dus net zo vol elektroden geplakt als Joey.
Dat je ook een slaapprobleem kunt hebben zónder moe te zijn, bewijst het verhaal van Gerwin (31) die in de wachtkamer zit. De energieke docent ­economie en maatschappijleer voelt zich eigenlijk prima. Hij is hier dan ook vooral voor zijn ­vriendin, die gek wordt van zijn oorverdovende gesnurk. Toen ze het geluid een tijdje geleden een keer had opgenomen, schrok Gerwin zich rot. Hij had zich nooit ­gerealiseerd dat het zo erg was. Nu is zijn vriendin zwanger en wil ze straks, als de baby er is, zonder oordoppen kunnen slapen. Ook Gerwin moet dus aan een slaaponderzoek geloven.


Met een kap op naar bed

Een groot deel van de patiënten dat bij slaap­centrum komt, krijgt de diagnose slaapapneu. ‘Veel mensen denken dat die aandoening vooral bij oudere mannen voorkomt’, zegt verpleegkundig consulent Froukje Siekman. ‘Maar we zien hier ook steeds meer dertigers, veertigers en zelfs twintigers. Mannen én vrouwen.’
Afhankelijk van de aard en de ernst van de ziekte zijn er verschillende behandelmogelijkheden. Soms biedt een speciaal soort beugel of een operatie uitkomst. Maar verreweg het meest gebruikt is de Continious Positive Airway Pressure, kortweg CPAP. ‘Dat is een kunststof kap met een soort pomp, die lucht in de neus en mond blaast’, legt Froukje uit. ‘Apneupatiënten slapen met zo’n kap op. Door de verhoogde luchtdruk in het systeem blijven hun luchtwegen open en hebben ze nauwelijks of geen ademstops meer.’
In de gesprekken die Froukje met gebruikers van de CPAP voert, praat ze niet alleen over de praktische aspecten van het apparaat, maar ook over wat dat betekent voor hun dagelijkse leven. Bijvoorbeeld over de schaamte die sommigen ­voelen als ze met zo’n ­machine naast hun partner moeten slapen. Het is ­natuurlijk ook nogal wat, de nacht door­brengen met een soort piloten­masker dat via een dikke slang is verbonden aan een apparaat ter grootte van een kleine schoenendoos. ‘Het kost absoluut tijd om daaraan te wennen’, bevestigt onderhouds­schilder Arjan (40), die eind 2017 de diagnose slaapapneu kreeg en sindsdien een CPAP-apparaat naast zijn bed heeft staan. ‘Ik was zo verschrikkelijk moe. ’s Ochtends stond ik met knallende koppijn op. Ik had ­nergens meer plezier in. Op een keer ging het bijna mis toen ik achter het stuur van mijn bedrijfsbus in slaap viel. Gelukkig zat er een collega naast me die op tijd kon ingrijpen. ‘Schiet mij maar een kogel door mijn hoofd’, zei ik tegen hem. Zo somber en wanhopig was ik.’ De bedrijfsarts vermoedde dat Arjan weleens apneu zou kunnen hebben. Na onderzoek in het slaap­centrum bleek dat inderdaad het geval. Hij kreeg een slaapmasker aangemeten en bracht een nachtje in het ziekenhuis door, zodat het apparaat op zijn behoeften kon worden ingesteld. Sindsdien gaat het stukken beter met hem. ‘Ik vind het lastig om de pomp ­consequent te gebruiken’, zegt hij. ‘Als ik ’s nachts ga plassen, vergeet ik hem daarna regelmatig weer op te zetten. Maar toch zou ik niet meer zonder willen. Omdat ik nu goed uitgerust ben, vind ik het leven eindelijk weer leuk.’

In verband met hun privacy is van patiënten alleen hun voornaam gebruikt. Patricia is niet haar eigen naam.

Kijk voor een actueel overzicht van de centra per
provincie op de site van de Apneu Vereniging:
apneuvereniging.nl/heb-ik-apneu/overzicht-
slaapcentra-per-provincie/