RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Saskia Smith

GettyImages-707455691.jpg

Pleidooi voor 2 bedden

Hè wat ongezellig: niet met je geliefde samen slapen. Journalist Saskia Smith kan rekenen op opgetrokken wenkbrauwen als ze vertelt dat haar man en zij regel­matig apart slapen. Dan gaat het vast en zeker niet goed met haar huwelijk.

 

promobanner3nummesr

Afgelopen nacht heb ik heerlijk geslapen. Want ik sliep op de bank. Alleen. En dat was niet omdat ik ruzie had met mijn man, maar omdat wij niet altijd even goede bedpartners zijn. Dat laatste zal ik even uitleggen voordat het verkeerd wordt begrepen. Onze waak- en slaapritmes lopen niet altijd synchroon. Evenals de manier waarop we slapen: hij draait en woelt, ik eigen me alle kussens en beddengoed toe. Met als resultaat dat we elkaar om de haverklap wakker maken. En dat gaat best lang goed, maar soms moeten we even bij­tanken en willen we gewoon een flink aantal uren achter elkaar ongestoord kunnen slapen. En dat doe ik dus op de bank. Als ik dat vertel, vragen mensen zich af of het wel goed gaat tussen ons. Is dat apart slapen geen slecht teken? Hebben we genoeg van elkaar? Niks van dat alles. Het gaat prima tussen ons en we hebben nog lang niet genoeg van elkaar. Maar een goede nachtrust is ook fijn. De eerste keer dat ik dat merkte, was toen ik jaren geleden voor mijn werk in een hotel sliep. En voor het eerst sinds lange tijd uitgerust wakker werd.

Samen op drie vierkante meter
Het is eigenlijk een raar gegeven. Het eerste deel van je leven slaap je alleen in een bed, en dan ontmoet je je geliefde en wordt er van je verwacht dat je elke nacht samen het bed deelt. Dat delen staat blijkbaar symbool voor je status als stel. Niet samen elke nacht in bed? Dan ook geen serieuze relatie. En dus kruip je, omdat het nu eenmaal zo hoort, in het slaapaura van de ander. Verschillende slaapritmes, verschillende bed­gewoontes als woelen, slaappraten of snurken moeten overboord ­worden gegooid. Als je van elkaar houdt, dan doet dat er niet toe, toch? Maar hoe lekker slaap je nu écht samen op pak ’m beet drie vierkante meter? Zelfs die eerste nachten, als je bijna stikt van verliefdheid en nahijgt van de onstuimige seks in elkaars armen in slaap valt, word je halverwege de nacht naar je eigen helft gedirigeerd – of duw je zelf de ander die kant op. En dat zegt helemaal niks over hoe lief je elkaar vindt en hoe gek je op elkaar bent. Lekker slapen gaat gewoon het beste solo.  

Kwestie van armoede
Dat samen slapen heeft overigens, anders dan je misschien denkt, helemaal geen romantische achtergrond, maar alles te maken met armoede en klein behuisd zijn. Tijdens de ­industriële revolutie trokken veel mensen naar de stad. Zij met weinig geld en ruimte en een groot gezin werden genoodzaakt om een slaapkamer te delen. De rijken hielden er altijd twee slaapkamers op na, een voor meneer en een voor mevrouw. Ook natuurlijk omdat in die tijd een huwelijk  in de hogere klassen niet per se gegrond was op romantische liefde.

Naast jou ligt iemand een bos om te zagen
De slaapkwaliteit kan behoorlijk lijden onder samen ­slapen in een bed, omdat veel mensen elkaar ’s nachts wakker ­houden. Een onderzoek van Erasmus MC en het Nederlands Hersen­instituut laat bijvoorbeeld zien dat ruim een op de vijf Nederlanders tussen 41 en 65 jaar te vroeg wakker wordt. Dat betekent ook dat minstens een op de vijf Nederlanders naast iemand ligt die niet kan slapen. Woelen, draaien, zuchten, slokje water, lichtje aan, lichtje uit, uit bed, in bed. Dat maakt die partner meestal ook wakker. Of neem snurken: dertig ­procent van alle volwassenen tot ongeveer 65 jaar snurkt. ­Mannen én vrouwen. Wat dus, min of meer, ook betekent dat 30 procent naast iemand ligt die een heel bos omzaagt.

Hebben jullie nog wel seks?
Hoewel het dus beter voor veel mensen is om apart te slapen, zit dat behoorlijk in de taboesfeer. Aparte slaapkamers? Dan zit het niet goed met je relatie is de heersende gedachte. Vandaar dat stellen die apart slapen dat niet van de daken roeptoeteren. Neemt niet weg dat het wel gebeurt. Harde cijfers zijn er niet, maar geschat wordt dat tussen de vijftien en twintig procent van de koppels apart slaapt. Meer vijftigplussers dan jonge mensen; zij kiezen voor de kwaliteit van hun slaap in plaats van toe te geven aan de maatschappelijke druk. (En ze hebben misschien ook minder behoefte aan seks.) Ook ik merk dat er vreemd wordt opgekeken als ik zeg dat ik best aparte slaapkamers zou willen hebben. Een vriendin heeft dat. Haar man snurkt, en dit bleek uiteindelijk de beste oplossing voor beiden. Mijn vriendin heeft een fijne relatie, met een fijne man, en slaapt elke avond fijn in haar eigen kamer, in haar eigen bed. Want, zo zegt ze, het maakt het slapen aangenamer en zij en haar vriend zijn tenminste uitgeslapen. En nee, het is geen inbreuk op je seksleven, wat veel mensen denken. Als ze dit vertelt aan anderen is dat het eerste wat mensen vragen: hebben jullie nog wel seks? Alsof het bed de enige plek is en vlak voor het slapengaan het enige moment is. Het antwoord is dus ja, ze hebben nog seks. En nee, wat betreft intimiteit hoef je niks te missen. Seks is seks en ­slapen is slapen, zegt mijn vriendin. De intimiteit wordt eigenlijk alleen maar groter als je niet samen slaapt, vindt ze.

Straks heb ik fijn een eigen kamer
Mijn man en ik slapen nog wel in één bed. Omdat de extra kamer die ons huis telt door mij in beslag is genomen als werkkamer en net even te klein is voor een bureau én een bed. Maar als straks onze pubers uit huis zijn kan ik me voorstellen dat ik een eigen kamer betrek. En dat we dan nog steeds lang en gelukkig leven. Maar vooral lang en gelukkig slapen.




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
Special over wonen
RA04_4TM5_INHOUD.jpg