RADAR+ Online

Word Abonnee

test: Jean-Pierre van de Ven | illustratie: Sophie van Boven

inzet2flat.jpg

Vertrouw je intuïtie

Beslissingen neem je na beredenering. Maar soms heb je ergens een sterk intuïtief gevoel over en weet je zeker dat je je gut feeling moet volgen. Hoe betrouwbaar is dat buikgevoel?

bestelnu

Mensen nemen beslissingen op twee manieren. We analyseren, deduceren, induceren, ­reduceren en concluderen, kortom: we redeneren. En we gebruiken ons gezond verstand, onze intuïtie, ook wel buikgevoel genoemd. Je kunt je afvragen of deze laatste vorm van beslissen nog wel recht van bestaan heeft in deze tijd van Big Data en algoritmen. En wat is dat eigenlijk, gut feeling, zoals de Engelsen zeggen?
Tegenover me zit Sasja, een vrouw van 23 jaar. Ze heeft een mager gezicht omdat ze te weinig eet. Ook heeft ze wallen onder haar ogen vanwege slapeloosheid, een van de symptomen van haar depressie. Nadat we haar ziektebeeld hebben besproken, kijkt Sasja me plotseling recht aan en vraagt: ‘Wat denk jij eigenlijk dat je voor mij kunt doen?’ Mijn nekharen gaan direct overeind staan. En ik weet: er is nog iets aan de hand met Sasja, iets wat niet staat vermeld in haar dossier.
Psychologen weten vaak intuïtief wat er met
cliënten aan de hand is en vooral hoe we hen ­moeten benaderen. Zo ‘weet’ ik in die ene split second nadat Sasja haar vraag heeft gesteld dat ze een borderlinepersoonlijkheid heeft en dat ik haar niet te hartelijk moet benaderen. Dat zou namelijk alleen maar meer weerstand ­oproepen. Dus zeg ik: ‘Wie zegt dat ik iets voor jou zou doen? Heb je iets nodig dan?’ En zo begint de behandeling.

De dokter beslist met zijn buik
Zo’n intuïtieve beslissing gaat, anders dan een analytische redenering, gepaard met lichamelijke sensaties, zoals mijn nekharen die overeind gingen staan. Andere sensaties zijn rillingen, een gespannen of juist een ontspannen gevoel, een knoop in de maag, en het gevoel dat er aan je wordt getrokken, zoals wanneer je moet beslissen of je links- of rechtsaf zult slaan. We hebben ook een ­tevredener gevoel na een intuïtief besluit dan na een beslissing op basis van onze ratio.
Er is veel onderzoek gedaan naar het ­gebruiken van gezond verstand, met name bij ­mensen die onder hoge tijdsdruk belangrijke ­beslissingen moeten nemen. Denk bijvoorbeeld aan lucht­­­­­­­­­­­­verkeersleiders, 112-telefonisten en ­professionals in de zorg. Verpleegkundigen en artsen nemen vaak beslissingen met hun buik en daarbij zitten ze meestal goed. In een onderzoek onder Deense huisartsen vond arts-
onderzoeker Agneta Fisher bijvoorbeeld dat huisartsen in 62 procent van de gevallen terecht aanvoelden dat een kind een infectie had. Als er met kinderen niets aan de hand was, voelden de huisartsen dat in 97 procent van de gevallen goed aan. Ook voelden de huisartsen in 35 procent van de gevallen correct aan dat patiënten een vorm van kanker hadden, terwijl bij maar drie procent van deze patiënten de klassieke, objectiveerbare alarmsignalen voor kanker konden worden vastgesteld.
Artsen voelen dus meestal goed aan dat het mis is, of dat het goed zit. Hun buikgevoel stelt ze gerust over een diagnose of over de aanpak van een ­ziekte, ook als er in eerste instantie weinig vooruitgang is te bespeuren bij een patiënt.

Waar komt die empathie vandaan?
Hoe doen die artsen dat? Fisher veronderstelt
een link met empathie. Dit is het vermogen om je in te leven in de situatie en de gevoelens van een ander. Hoe empathischer een arts is, hoe vaker zij of hij dus intuïtieve beslissingen zal nemen.
Het is niemand helemaal duidelijk hoe we ons inleven in een andere persoon, en ook niet waarom de een daar beter in is dan de ander. Eén theorie stelt dat empathie berust op spiegelneuronen. Dit zijn hersencellen die het gedrag dat we waarnemen bij een ander kopiëren of spiegelen, alsof we zelf dat gedrag uitvoeren. Daardoor weten we hoe die persoon zich voelt. Als we iemand zijn teen zien stoten, krimpen we zelf bijna ineen van de pijn.
Een andere theorie zegt dat empathie berust op waarnemingen waarvan we ons niet bewust zijn. We ruiken bijvoorbeeld angstzweet bij een ­sollicitant, die we daarna afwijzen voor de baan omdat we haar ‘niet vertrouwen’. Of we horen een lichte vertraging in de stem van de ober, waardoor we ‘toch maar’ niet kiezen voor de dagschotel die hij zojuist heeft aanbevolen. Als je het zo bekijkt,
zijn buikgevoelens dus wel degelijk gebaseerd op waarnemingen, net als analytische beslissingen. We zijn ons daar alleen niet van bewust.
Intuïtieve beslissingen kunnen we ook makkelijker nemen als we veel kennis en ervaring hebben die ons al dan niet bewust de weg wijzen.

Ineens is er een bal van verdriet
Tijdens het gesprek met Jeroen, een man van in de dertig die bij me komt wegens burn-outklachten, komt het onverwachte overlijden van zijn zus ter sprake. ‘Dat was een droevige tijd’, vertelt Jeroen. ‘Ik was pas vijftien, dus het kwam bij mij niet zo hard binnen, maar mijn ouders zijn er nooit ­helemaal van hersteld.’
Terwijl hij dit zegt, voel ik een bal van verdriet opwellen in mijn buik. Het is alsof ik ineens word geraakt door een kanonskogel van gevoelens. Als ik dit uitspreek, staan Jeroens ogen plotseling vol tranen. We onderzoeken wat er gebeurt en komen tot de conclusie dat hij de dood van zijn zus nooit heeft verwerkt. We besluiten om de behandeling te richten op de posttraumatische stress die het gevolg is van haar overlijden en die indirect ook heeft bijgedragen aan zijn burn-out.
Mijn intuïtieve beslissing om de koers van de behandeling te verleggen kwam letterlijk voort uit buikgevoelens. Dit is wat ik leerlingen en stagiaires vaak voorhoud: wees je eigen ­instrument. Vertrouw op je intuïtie, dus op de gevoelens en op de schijnbaar irrelevante gedachten die in je ­opkomen tijdens gesprekken met cliënten. Want ook dat is informatie die van belang kan zijn voor de behandeling.
Natuurlijk valt het niet uit te sluiten dat ik door ervaring meer waarneem bij cliënten dan ik bewust weet. Misschien trilde Jeroens stem, of begonnen zijn ogen te glanzen toen zijn zus ter sprake kwam. Maar mijn ervaring met intuïtie is dat ik zomaar, zonder aanleiding of reden, iets heel zeker en helder weet. Dit heldere weten gebruik ik als professional, maar ook in mijn privéleven. Kan ik iemand vertrouwen? Wat vind ik van dit boek of dit kunstwerk? Neem ik deze opdracht aan of niet? Bij zulke beslissingen vertrouw ik op een helderheid die voortkomt uit mijn diepste binnenste.

Freud en Jung en de intuïtie
Nu ben ik niet de enige psycholoog die zo denkt. Sigmund Freud beschreef honderd jaar geleden al hoe hij persoonlijke beslissingen nam op basis van een niet-analytische, intuïtieve vorm van weten. Hij raadde iedereen aan om hetzelfde te doen.
Bij een van zijn leerlingen, Carl Jung, stond het ­intuïtieve beslissen zelfs centraal in het denken over de mens. Volgens Jung is intuïtie gebaseerd op waarnemingen van het onbewuste. Het lukt lang niet altijd om te achterhalen wat deze waar­nemingen zijn, maar het resultaat ervan, de buik­gevoelens die we intuïtie of gezond ­verstand ­noemen, kun je volgens Jung zonder meer ­vertrouwen.
Moderne psychologen staan meestal afwijzend tegenover deze manier van denken. Ze vertrouwen liever op objectieve waarnemingen, zoals data die voortkomen uit vragenlijsten en het obser­veren van menselijk gedrag, als ze uitspraken doen over de cliënt. Zo voorkom je namelijk dat je informatie over het hoofd ziet vanwege blinde vlekken. Dit zijn denkfouten en foute waarnemingen die voortkomen uit persoonlijke angsten of issues. Een voorbeeld: als je zelf te veel alcohol drinkt, mis je misschien de diagnose alcoholisme bij een cliënt omdat je liever niet denkt aan je eigen tekortkomingen.
Daarom waarschuw ik mijn leerlingen: het is prima om beslissingen te nemen op basis van je buikgevoel, maar check je waar­neming aan de hand van objectieve kennis over ­psychische aandoeningen. Vraag goed door over een trauma, als je voelt dat iemand aan posttraumatische stress lijdt, want vergissen is menselijk. Intuïtieve beslissingen voelen goed, maar dit betekent niet dat ze altijd
correct zijn.

Pas op voor de valkuil
Tegenwoordig wordt intuïtie vaak afgedaan als romantisch of op zijn minst gebrekkig, omdat we met behulp van databases en algoritmen die veel informatie combineren veel zekerder zouden weten hoe de wereld echt in elkaar steekt. Misschien is dit ten dele waar, maar er is een valkuil. Algoritmen voor­spellen de toekomst op basis van het ­verleden.
De aanname achter elk algoritme is dat morgen er exact hetzelfde zal uitzien als vandaag. Daarom krijgen we witte ­schoenen aangeboden op Facebook als we ooit ­witte schoenen hebben gekocht. Deze manier van redeneren laat weinig ruimte voor ­creativiteit, voor spontane ingevingen of toevals­treffers. Intuïtieve beslissingen ­brengen daarentegen vernieuwing en, inderdaad, romantiek. Er is geen algoritme voor de liefde, voor het werk van 112-­telefonisten, of voor psychotherapie. Maar gelukkig zijn er wel mensen die hun gezond verstand ­gebruiken, waardoor ze verliefd worden, ongelukken voorkomen of andere mensen beter maken. Vertrouw dus opje buikgevoel, want je weet meer dan je weet.



Zo leer je je intuïtie (meer) te volgen
Je neemt elke dag intuïtieve beslissingen. Ga er ’s avonds maar eens voor zitten: wat heb ik vandaag besloten? Hoe vaak nam ik een ­beredeneerde beslissing en hoe vaak een intuïtieve?
Zeg één keer per dag volmondig ja tegen iemand. Neem je voor om dit met heel je hart te doen, dus niet na ampele overweging en/of overleg. Als je een poosje let op gelegenheden om volmondig ja te zeggen, word je gevoeliger voor intuïtieve beslissingen.
Kies iemand uit op straat waar je wel wat mee hebt. Volg deze persoon en doe wat hij of zij doet. Zou je hier zelf linksaf zijn geslagen? Zou je die winkel hebben bezocht? Door een ander te volgen, ontdek je snel wat je ­intuïtieve voorkeuren zijn.




Sluiten

INHOUDSOPGAVE