RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Diana de Veld

GettyImages-71418066BW_1.jpg

Goed oud worden

We hebben ons omringd met gemak en gebak. Als we minder zouden eten en meer bewegen, zouden we nog veel langer en gelukkig leven. Dus: fietskilometers moeten worden vergoed, eetborden moeten kleiner en ook heel belangrijk: maak vaker een praatje met de buurvrouw.

David van Bodegom (1978) is verouderingswetenschapper bij het kennisinstituut Leyden Academy on Vitality and Ageing. Hij is opgeleid als arts en raakte er tijdens zijn promotieonderzoek naar veroudering op het platte­land in Ghana van overtuigd dat niet de spreekkamer maar de publieke omgeving de sleutel is tot gezonde veroudering. Zijn belevenissen in Ghana verwerkte hij in de roman Nood breekt wet (2012). Verder schreef hij o.a. Oud worden in de praktijk (2015, samen met Rudi Westendorp). In september 2019 verschijnt zijn boek De schildpad van Darwin over wat dieren ons kunnen leren over lang leven.

 

1promo3nrs

Wie is gezonder? De Ghanees die nog ongeveer leeft zoals mensen tienduizenden jaren geleden leefden? Of de wel­varende Nederlander die volop toegang heeft tot hyper­moderne voeding, medische zorg en gemak? Dr. David van Bodegom zocht het uit, ter plekke, in Noordoost-Ghana. De Ghanees blijkt te winnen. In elk geval op latere leeftijd. ­‘Kinderen in Ghana hebben veel meer kans om te overlijden aan infectieziekten’, zegt Van Bodegom. ‘Maar de Ghanese ouderen die ik onderzocht, van 70, 80 of zelfs 90 jaar oud, waren veel gezonder dan westerse ouderen.’ Zo heeft in het Westen bijna 10 procent van de 85-jarigen last van boezemfibrilleren, een risicofactor voor een beroerte. In Ghana vond Van Bodegom maar drie gevallen van boezemfibrillaties, terwijl hij meer dan duizend hartfilmpjes van ouderen maakte. De Ghanese ouderen zijn slank en hun bloedvaten zijn veel schoner. Ook hun stofwisseling bleek beter: ze hebben veel minder suiker in het bloed en ook flink minder cholesterol. Dat verklaart weer waarom ze zulke gezonde vaten hebben.

Geen sportschool, toch meer bewegen
Veel ziekten die wij hier ouderdomsziekten ­noemen – zoals diabetes, hart- en vaatziekten en veel vormen van kanker – zouden we eigenlijk welvaartsziekten moeten noemen. Ze ontstaan namelijk niet door ouderdom alléén: het gaat om een combinatie van erfelijke aanleg, je leeftijd en je leefstijl. De Noordoost-Ghanezen zijn ­lichamelijk veel actiever dan de westerling. Ze zitten niet de helft van de tijd op hun kont, maar repareren een schuurtje, bewerken het veld, scharrelen rond bij het vee. Ze gaan niet naar de sportschool, maar zijn wel veel vaker in beweging. En ze eten minder. ‘De gemiddelde BMI van de Noordoost-­Ghanese ouderen lag op 18,6. In westerse landen hebben ouderen gemiddeld een BMI van boven de 25 – overgewicht dus’, vertelt de onderzoeker. Naast genoeg bewegen en matig eten, leven de Ghanezen ook op andere manieren gezonder: ze hebben minder stress, slapen genoeg en hebben meer sociale contacten.

Hamsteren en luieren
Wij doen dus iets verkeerd hier in het Westen? ‘Nou, het is vooral zo dat onze omgéving niet klopt’, vindt Van Bodegom. ‘Als die gezonde, oude Ghanees in Nederland geboren was, dan was hij nu waarschijnlijk even dik en ongezond geweest. En een Nederlander die in Noordoost-Ghana ter wereld kwam zou vanzelf veel gezonder leven.’ De problemen ontstaan ­allemaal doordat de mens evolueerde in een omgeving van schaarste. We hebben daarom van nature de neiging om zo veel mogelijk calorieën naar binnen te werken en zo veel mogelijk te luieren. We houden van zoet en van vet eten, want daar zit de meeste energie in. Je kon als mens tienduizenden jaren terug maar nooit weten; misschien kwam er de volgende dag wel helemaal niets op tafel. Hamsteren dus! Ook luieren was in die tijd juist een slimme keuze. Want als je een groot deel van de dag actief bezig bent het bij elkaar sprokkelen van voeding en met overleven, dan is je lichaam wel gebaat bij rust en herstel. Door te rusten spaarde je ­bovendien ­energie – en dat was een plus, in tijden van schaarste.

Mensen eten braaf hun bord leeg
Onze natuurlijke neigingen zijn dus heel goed verklaarbaar. Ze kloppen alleen niet meer met de omgeving waarin we leven. Maar er bestaan natuurlijk ook westerlingen die het wél lukt om gezond te leven. ‘Dat klopt’, beaamt Van Bodegom. ‘Sommige mensen, vaak hoogopgeleiden, kunnen hun eigen gedrag beter sturen. Maar dat is maar voor weinigen weggelegd.’ Het is een misvatting om te denken dat je helemaal zelf bepaalt hoeveel je eet of hoe actief je bent, waarschuwt hij. ‘Zo eten de meeste mensen gewoon hun bord leeg, ongeacht hoeveel erop ligt. Dus bepaalt het restaurant hoeveel jij eet, of de ­producent van je magnetron­maaltijd. Dat kun je nauwelijks een bewuste ­keuze noemen.’ De levens­verwachting van hoog opgeleide ­mensen is zes à zeven jaar hoger dan die van laag opgeleiden. En hoog opgeleide ­mensen leven zelfs bijna twintig jaar langer in goede gezondheid dan ­mensen met een lage opleiding.

We verbieden wel maar voorkomen niet
Dat we zo sterk door onze omgeving ­beïnvloed worden en blijkbaar slecht in staat zijn om ­verleidingen te weerstaan, stemt misschien ­somber. Maar je kunt er ook je voordeel mee doen. Namelijk door de leefomgeving zó aan te passen dat de gezondste keuze ook de meest voor de hand liggende wordt. Bijvoorbeeld door werkgevers ook fietskilometers te laten ­vergoeden – liefst dubbel! – of door werkfruit te ­stimuleren, zodat de snoeppot op kantoor ­verdwijnt. ‘In Nederland geven we jaarlijks ­ongeveer ­negentig miljard euro uit aan de zorg’, weet Van ­Bodegom. ‘Een veel te klein deel daarvan gaat naar ­preventie. Vrijwel het enige dat we doen is ­gebieden en ­verbieden. Dat werkt niet. We ­moeten investeren in een maatschappij die ­uitnodigt tot gezond leven.’




Sluiten

INHOUDSOPGAVE