RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Liddie Austin | fotografie: Annemarijne Bax

_Annemarijne_Bax_-_003_RADAR_Hemelbestormer_Annemar.jpg

Hemelbestormers: Annemarie Heite

Annemarie Heite staat haar Groningse lotgenoten bij in hun strijd voor een rechtvaardige oplossing van woonproblemen die door de gaswinning zijn veroorzaakt. ‘Ik ben mijn vertrouwen in het openbaar bestuur kwijtgeraakt. Dat is erg, zeker als je twee dochters moet klaarstomen voor de maatschappij.’

Annemarie Heite (48) is teammanager commerciële economie aan NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden. In 2015 verwierf ze nationale bekendheid als spreekbuis van door gaswinning gedupeerde Groningers. Ze was de hoofdpersoon van de bekroonde documentaire De stille beving (2017), van Piet Hein van der Hoek. Heite woont met haar man Albert Ubels en dochters Annemijn (16) en Zara (14) in het buurtschap Ter Laan, bij Bedum.

 

2promo3nrs

‘Mag ik jou een voorstel doen? Jij moet gewoon woordvoerder worden van de Groningers!’, zei Humberto Tan in februari 2015 in zijn tv-­programma RTL Late Night tegen Annemarie Heite. Zij had net een even helder als emotioneel verslag gedaan van de onzekere situatie waarin heel veel Groningers dan al een tijd leven: wat gaat er met hun door aardbevingen ­beschadigde huizen gebeuren en wie gaat dat betalen? Hoe moet dit verder? En: kan die gaskraan eindelijk eens dicht?! Het was een legendarisch televisiemoment.
Naast haar werk en het moederschap heeft Annemarie Heite sindsdien nóg een bijna fulltime baan, geheel onbezoldigd. Ze spreekt zich waar dat kan uit over de situatie van ­gedupeerde Groningers en staat lotgenoten bij in hun strijd voor een rechtvaardige oplossing van hun woonproblemen die door de gaswinning zijn veroorzaakt. Voor zichzelf hoeft ze dat ­inmiddels niet meer te doen, die strijd is gestreden. Haar uit 1837 stammende boerderij werd uiteindelijk gesloopt en daarna werd er op die plek een nieuw huis gebouwd. ‘Ik zie mezelf niet zozeer als actievoerder, maar als verbinder. Maar wel een die op de barricades gaat als dat nodig is,’ zegt ze.
Meteen na afloop van de uitzending van ­Humberto Tan belde ze op weg naar huis vanuit de auto met haar man, herinnert ze zich ruim vier jaar later. ‘“Albert”, zei ik, “dit gaat allang niet meer alleen over ons. We moeten ons realiseren wat de impact van deze uitzending op ons leven kan zijn en wat we daarvan vinden.” Daar hebben we toen echt over nagedacht. Maar we vonden: wat recht is, is recht en wat krom is, is krom. We gaan ervoor. Vanaf de dag dat wij ontdekten dat onze boerderij op instorten stond hebben wij gevoeld: we moeten voor op de kar springen en zelf het initiatief nemen om tot een oplossing te komen. Bij afspraken met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), verantwoordelijk voor onze schade, en hun advocaten op de Zuidas zeiden we dat we meteen de volgende drie gingen inplannen, nu we toch met alle agenda’s bij elkaar zaten. Een dag vóór een afspraak mailde ik de agenda: hier gaan we het over hebben. Een dag later mailde ik het gespreksverslag met de aantekening: als ik binnen een week niks hoor, ga ik ervan uit dat dit akkoord is. Wij hebben steeds de controle gehouden, net zolang totdat we er, jaren later, uit waren. In die zin waren we bevoorrecht, want niet iedereen heeft het vermogen dat te doen.’
Heite weet als geen ander wat wonen in een aardbevingsgebied met je doet. ‘Het is allesomvattend. De grootste angst van de meeste mensen is niet dat hun huis tijdens een aardbeving instort. Het is vooral de onzeker­heid die zo’n enorm gevoel van onveiligheid geeft: is mijn huis nog ­verkoopbaar, wordt de schade netjes afgehandeld, hoe zit het met mijn pensioen dat ik via mijn huis heb opgebouwd? En het houdt maar niet op. Wij hebben nu ook alweer schade aan ons nieuwe huis. Of je hier een huis nu versterkt of sloopt en opnieuw bouwt: de schade blijft gewoon komen en dat zal voorlopig wel zo blijven. Het laat zich raden wat dat met mensen doet.’


Wat heeft het met jou gedaan?

‘Ik ben mijn vertrouwen in het openbaar bestuur kwijtgeraakt. Dat is erg, zeker als je twee dochters moet klaarstomen voor de maatschappij. Hoe kan ik positief blijven en niet cynisch worden nu ik weet dat de overheid niks om haar burgers geeft? Wij hebben het gered, maar ik heb gezien dat je het kunt schudden als je niet hebt gestudeerd hebt, geen netwerk hebt en niet mondig bent. Dat er ­ongelijkheid is in de maatschappij, wist ik wel, maar dat het zo erg zou zijn … Het niveau van een samenleving kun je aflezen uit de manier waarop er met de meest kwetsbaren wordt omgegaan en dat is hier dus niet best. Dat besef raak ik nooit meer kwijt.’


Hoe lukt het je om niet cynisch te worden?

‘Waarschijnlijk omdat ik de kunst versta om me in anderen te ­verplaatsen. Dat blijf ik tegen wil en dank doen. Ik verplaats me in Wiebes, ik verplaats me in de Shell en de NAM. Zo blijft mijn horizon breed en houd ik perspectief. Ik ben ervan overtuigd dat je niet tot oplossingen kunt komen als je elkaars dilemma’s niet doorgrondt. Dus blijf ik de dialoog aangaan. Ik besef heel goed dat dit voor mij een stuk makkelijker is dan voor veel anderen hier, want wij hebben het gered. Weliswaar hebben we zelf anderhalve ton in ons nieuwe huis moeten investeren en is het nog lang niet klaar, maar onze situatie is volstrekt onvergelijkbaar met die van heel veel anderen in het aardbevingsgebied.’


Hoe begon het bij jullie?

‘Na de beving bij Huizinge in augustus 2012 (3,6 op de schaal van Richter), hadden we al veel schade aan onze kop-hals-rompboerderij, maar de situatie werd pas onhoudbaar toen de voorgevel in een rap tempo begon te verzakken. De fundering was totaal ontwricht door de bodemdaling, die ook was veroorzaakt door de gaswinning, in ­combinatie met trillingen. Het was allemaal ­mijnbouwschade, het had niks te maken met ­cosmetische trillingschade – uiterlijke schade aan het huis veroorzaakt door de aardbevingen – die werd vergoed. Om dat erkend te krijgen, moesten we dus aan de bak. Ik onderhandelde met de NAM, daarnaast schreef ik brieven aan politici, ik zat aan tafel in talkshows om te vertellen wat er hier ­speelde, we werkten mee aan een documentaire. Daarvoor was ons huis volgehangen met camera’s die 24 uur per dag draaiden. Die waren bedoeld om bevingen te registeren. Eens in de zoveel tijd kwam de regisseur langs om het materiaal te spotten,
met andere woorden: om ons leven te bekijken. Als wij een keer een knallende ruzie hadden gehad, zag hij dat ook. Ons leven was niet meer van ons. Dat was slikken. Maar het leverde wel De stille beving op, een documentaire die ons verhaal op een ­indringende manier vertelt.’

Jullie boerderij moest uiteindelijk gesloopt worden. Terwijl jullie nieuwe huis werd gebouwd, woonden jullie drie jaar in containers die op jullie erf stonden. Hoe was dat?
‘Het is maar hoe je ernaar kijkt. We hadden allemaal een kleine slaapkamer en verder was er een woonkamertje, waarin net een bank en een eettafel pasten, en een keuken. Dat was het. Mijn dochters zeiden een keer dat ze zo’n zin hadden in hun ­nieuwe slaapkamers, waarop ik uit de grond van mijn hart antwoordde: ‘Ik snap het, maar ik mis jullie nu al.’ Daar moesten zij om lachen, maar het was waar: in die tijd leefden we heel dicht op elkaar en dat bracht óók veel gezelligheid met zich mee. Het is dus een mindset. Deze situatie vereist een enorm lenige geest. Positief blijven, perspectief houden. Gewoon: de barbecue aan, een fles wijn open en niet in de slachtofferrol blijven hangen. Kennelijk zit dat in ons.’


Wat doet dit alles met je dochters, denk je?

‘Ze krijgen meer mee dan je denkt. Maar wij ­hebben ons er gelukkig goed en relatief snel doorheen geslagen. Die negatieve spanning waaronder ik veel Groningse kinderen zie lijden, was bij ons daardoor minder. Misschien zijn de meiden er zelfs wel sterker door geworden. Het leven is niet altijd leuk, dat weten ze. Er kan je van alles gebeuren en soms ligt het er ook aan hoe je daarmee omgaat. Wij worden geen slachtoffers. We zijn gedupeerden en dat is iets heel anders. Dat hebben we de ­kinderen ook meegegeven.’


Wanneer konden jullie eindelijk in je nieuwe huis?

‘Vlak voor kerst vorig jaar. Het huis is energie­neutraal en aardbevingsbestendig gebouwd, zoals dat heet. Je hebt hier verschillende normen: ons huis is gebouwd met de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR) van 2015, de strengste tot nu toe. Het komt erop neer dat het huis zo is gebouwd dat je nog net naar buiten kunt rennen als er een aardbeving van 5 op de schaal van Richter komt voordat het instort. Maar als dat gebeurt zal er ook in Bedum geen huis meer overeind staan. Dan wordt het echt tijd om hier weg te gaan.’


Is dat sowieso nooit een overweging geweest?

‘Ja, eventjes. En bij mij veel meer dan bij Albert. Dat is best lastig geweest. Albert is hier heel erg geworteld. Dat ben ik niet. Toen ons de keus werd gegeven: sloop/nieuwbouw, versterken of uitkopen, hebben we een avond zitten googelen waar we naartoe zouden kunnen verhuizen. We realiseerden ons dat we hier deel uitmaken van een gemeenschap en dat we dat uiteindelijk het meest waardevolle in het leven vinden. Dus we besloten om hier te blijven.’


Hoe bevalt het nieuwe huis?

‘Eerlijk gezegd loop ik hier als een kat in een vreemd pakhuis rond. Het is mijn huis niet. Voor de boerderij hadden we gekozen, dat was onze plek. Dit is iets heel anders. Maar ach, misschien kijk ik er over een tijdje anders tegenaan. Iemand zei laatst tegen me: er moeten een paar vlekken op de vloer komen. Ik blijf positief, net als over de situatie hier. Positief, maar realistisch. Ik ben ervan overtuigd dat de gaskraan dichtgaat, maar ik geloof ook dat we er nog lang niet zijn. De komende decennia ­zitten we nog met de nasleep van de gaswinning.’


Denk je dat je als de kinderen uit huis zijn voor een huis elders zal kiezen?

‘We gaan hier samen ontzettend gelukkig zijn. Maar op het moment dat Albert er niet meer zou zijn, ben ik hier weg. Dan ga ik ergens wonen waar de aardbevingsproblematiek niet speelt.’