RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: José Rozenbroek | Fotografie: Linelle Deunk

Identiteitsfraude.png

Gedupeerd door identiteidsfraude

In de brief van de politie aan Boudewijn stond dat hij werd verdacht van een 'drugsdelict'. Dat kon niet kloppen. Nieuwsgierig meldde hij zich bij het bureau en vanaf dat moment stond zijn leven op z’n kop. ‘Mijn identiteit bleek te zijn gestolen. Ik had 5 jaar kunnen krijgen voor iets wat ik niet heb gedaan.’

 

Wat is identiteitsfraude?
Fraudeurs die een kopie van je identiteitsbewijs hebben bemachtigd, kunnen daarmee jouw identiteit ‘lenen’. Ze misbruiken het om geld te lenen bij banken, proefritjes met auto’s te maken en via internet spullen te bestellen. Of om, zoals in Boudewijns geval, panden te huren waarin hennepplanten worden gekweekt. Ruim 13% van alle burgers krijgt te maken met identiteitsfraude, zo berekende het Ministerie van Binnenlandse Zaken in een rapport van april 2013. In 2012 zorgden fraudeurs voor een schade tussen de € 393.000.000 en € 508.000.000. Dit moet je doen om identiteitsfraude te voorkomen
Soms moet je een kopie van je paspoort, rijbewijs of identiteitsbewijs geven, bijvoorbeeld bij het afsluiten van een telefoonabonnement, bij de notaris of als je je inschrijft bij een uitzendbureau. Doe dit nooit zomaar. Geef nooit een kopie van je identiteitsbewijs af zonder het volgende te doen. Schrijf op de kopie met grote letters het woord Kopie. Daarnaast zet je de datum en het doel waarvoor je de kopie hebt afgestaan, bijvoorbeeld: ‘inschrijving arbeidsbureau’ of ‘proefrit auto’. Streep ook je burgerservicenummer door. Op de kopie van je paspoort op twee plekken: in het gedeelte van het paspoort waar je naam staat en in de strook met nummers onderaan de pagina van het paspoort. Meer weten?

Kijk hier op de site van opgelicht voor meer informatie

Boudewijn Duijvesteijn (37) leefde tot 2011 een prettig niks-aan-de-hand leventje. Hij woonde samen met zijn vriendin Annelies in een lekker huis in Den Haag, werkte als IT-manager bij Binnenlandse Zaken en speelde in zijn vrije tijd gitaar in een poprockbandje. Tot er op een zonnige septemberdag een brief op de mat plofte. Een brief van de Haagse politie, waarin stond dat Boudewijn verdachte was in een softdrugsdelict en de Opiumwet had overtreden.

Boudewijn: ‘Ik dacht: ze zullen zich wel vergist hebben. Ik heb nog nooit geblowd, mijn vrienden blowen ook niet, het is zo niet mijn wereldje.’ Hij belde het bureau. Wisten ze zeker dat ze hem moesten hebben? Zijn naam, adres, burgerservicenummer werden gecheckt. ‘Nee meneer, het klopt echt,’ zei de dienstdoende agent. En of Boudewijn naar het bureau wilde komen om een verklaring af te leggen. Zijn broer zei nog voor de grap: ‘Ben je soms een wietplantage begonnen?’ Boudewijn meldde zich op het politiebureau. ‘Ik was niet ongerust, wel nieuwsgierig. Maar daar merkte ik dat het menens was. Er werden mugshots van me gemaakt, je weet wel, van die politiefoto’s, mijn vingerafdrukken werden genomen, ze lieten me een tijdje wachten in een kamertje. Behoorlijk intimiderend allemaal. Toen begon het verhoor; ik zat opeens als verdachte tegenover een agent met een pistool in zijn holster. Ik begreep nog steeds niet waarom ik daar was. Na 20 minuten vroeg ik ongerust: ‘Ho ho, waar gáát dit over?’ Toen kwam het: er was een hennepplantage opgerold aan de Copernicusstraat en het huurcontract van het pand stond op mijn naam.’ De bewijsstukken bestonden uit een kopie van Boudewijns identiteitsbewijs en een huurcontract op zijn naam – weliswaar was zijn naam tot drie keer toe verkeerd gespeld, maar toch. Het contract was getekend met een slechte imitatie van zijn handtekening. Boudewijn was verbijsterd: hoe kwamen die lui aan die kopie? En dat contract, dat had hij nog nooit had gezien, laat staan ondertekend. Zijn ontkenning werd schriftelijk vastgelegd. Na een paar uur stond hij eindelijk weer op straat. ‘U hoort nog of het een zaak wordt.’ ‘In eerste instantie was ik geschrokken. Daarna werd ik boos, nog weer wat later werd ik bang. Annelies ook. Wat was er aan de hand? Twee maanden daarvoor was Annelies’ moeder verongelukt, we zaten in een emotionele fase, waren zo kwetsbaar als wat.’ Boudewijn ging op zoek op het internet naar wat er aan de hand kon zijn; bij de Ombudsman, de Consumentenbond. Veel wijzer werd hij niet. Hij was bang dat hij ontslagen zou worden: hij werkte op dat moment als uitzendkracht bij Binnenlandse Zaken. Hij ging daar met vertrouwelijke informatie om. Stel dat ze erachter zouden komen dat hij verdacht werd van een delict, dan werd hij op staande voet eruit gegooid. Dat wilde hij voor zijn.

‘Zelfs mijn vader en broers waren achterdochtig’
Daarom nam hij zelf ontslag toen hij een baan kon krijgen bij een vriend; gitaren afstellen. ‘Het betaalde minder goed en het was verder weg, maar dat kon me niet schelen. Je komt in een soort overlevingsmodus. Je gaat je basis consolideren. Ik wilde mijn zaakjes veilig stellen. Mijn integriteit was geschonden, mijn vrijheid was in het geding, je kan wel 5 jaar krijgen voor zoiets. Ik had een advocaat geraadpleegd, maar die kon pas in actie komen als ik aangeklaagd zou worden.’ Wat niet hielp, was dat zijn vader en broers achterdochtig reageerden op het verhaal. ‘Zo van, waar rook is, zal wel vuur zijn.’ Boudewijn besloot het verder voor zich te houden.

Een kopie van zijn identiteitsbewijs achterover gedrukt?
Twee maanden later kreeg hij weer een brief. Er was opnieuw een hennepplantage opgerold in een pand dat op zijn naam stond. Deze keer werd hem op het politiebureau verteld dat hij, als hij bleef volhouden dat hij niet de huurder was van het drugspand, aangifte kon doen van valsheid in geschrifte. Verder werd er gezegd dat beide zaken zouden worden samengevoegd en naar het OM gestuurd. Het Openbaar Ministerie zou vervolgens bepalen of Boudewijn vervolgd ging worden. Er zat niks anders op dan afwachten. Intussen zat hij elke avond tot diep in de nacht achter de pc, om uit te zoeken wat er aan de hand kon zijn. ‘Van identiteitsfraude had ik toen nog nooit gehoord.’ Dat kwam pas later, toen hij op het spoor kwam van het CMI (Centraal Meldpunt Identiteitsfraude). Daar vertelde ze hem dat hoogstwaarschijnlijk een kopie van zijn identiteitsbewijs achterover was gedrukt. Boudewijn had een paar jaar ervoor als werkzoekende bij verschillende uitzendbureaus en het UWV een kopie van zijn identiteitsbewijs achtergelaten. Waarschijnlijk is een ervan misbruikt om de drugspanden te huren. ‘Ik had geen idee, ik heb echt maandenlang gedacht dat iemand een rottig geintje uithaalde. Ik ging zelfs mijn vrienden verdenken. Je wordt er paranoïde van.’ Boudewijn sliep niet meer, op zijn werk was hij er met zijn gedachten maar half bij, al zijn energie ging in deze zaak zitten. Zijn relatie kwam onder druk te staan. Annelies had het ook moeilijk. Haar moeder was overleden, haar vriend werd verdacht. Stel dat hij in de gevangenis kwam, hoe moest het dan verder met haar? Boudewijn: ‘Ik had daar helemaal geen oog voor. Ik vond het egoïstisch dat ze aan zichzelf dacht. Ik zat maar achter die pc. Bankafschriften checken, wachtwoorden veranderen, software installeren om mijn wachtwoorden te beveiligen. Mijn moeder overleed en ik werd emotioneel nog labieler. Ik viel kilo’s af. Ik kreeg ook nog een rekening van de energieleverancier van de panden; of ik maar even 15.000 euro aan energiekosten kon dokken.'

Er kwam alsnog een rechtszaak
Alles leek te wankelen: zijn financiële positie, zijn carrière, vriendschappen, relatie, het geloof in alles wat goed en eerlijk was. ‘En ik was bang, hartstikke bang voor de rechtszaak die er aan zat te komen, dat ik schuldig zou worden bevonden en in de bak zou komen.’ In de zomer van 2012 kreeg Boudewijn een brief van het OM dat afgezien zou worden van verdere vervolging wegens gebrek aan bewijs. ‘Dat was goed nieuws, maar ik vond het ook onbevredigend. Ik stond nog steeds als verdachte te boek. Ik wilde dat mijn onschuld werd bewezen. Ik heb een advocaat gebeld en vroeg: wat moet ik doen? Hij zei: ‘Dit noemen we een sepo-brief. Het OM kan niet zeggen dat je onschuldig bent, dat kan alleen een rechter doen.’’ De onrust bleef. Straks werd er weer een plantage opgerold die op zijn naam stond. Op het werk ging het mis, hij kreeg gedoe met zijn baas. ‘Mijn relatie bleef gelukkig goed. We hebben ruzies gehad, maar we hebben het doorstaan, misschien wel juist doordat we onze emoties niet wegstopten maar uitvochten.’ Het bleef een tijdje rustig. Toen kreeg Boudewijn in de derde week van november een brief van het OM. De twee dossiers bleken helemaal niet samengevoegd. De ene zaak was weliswaar geseponeerd, voor de andere moest hij nu verschijnen voor de politierechter. ‘De eigenaar van het tweede pand bleef beweren dat hij het had verhuurd aan meneer Duijvesteijn. Terwijl hij in dezelfde verklaring had gezegd dat hij het aan ‘Irakees uitziende mannen’ had verhuurd.’ In alle haast zocht Boudewijn een advocaat die hem bij kon staan. Hij leende geld van zijn zwager om haar te kunnen betalen. Op de sterfdag van zijn moeder, 7 december 2012, moest Boudewijn voorkomen. Hij trok zijn mooiste pak aan, lichtblauw met grijs, poetste zijn schoenen, rechtte zijn rug. Hij voelde zich nerveus, maar ook strijdbaar. Annelies en een neef gingen mee, als steun. 

Eindelijk erkenning
‘Het eerste wat de rechter vroeg, was: ‘Boudewijn, wat je dacht toen je dit voor ‘t eerst hoorde?’ Ik zei: ‘Woed en ongeloof.’ De rechter heeft toen nog een kwartier lang vragen gesteld, daarna kwam de dame van het OM aan het woord. Ze sprak heel snel, met veel jargon, ik kon het nauwelijks volgen. Maar de rechter was aardig. Ze vroeg: ‘Heeft u begrepen wat er gezegd is?’ En toen: ‘We zien af van verdere vervolging, gezien uw antwoorden op mijn vragen en de tegenstrijdigheden in het dossier.’ Annelies ging heel hard huilen, ik moest drie keer slikken. Binnen een halfuur stonden we weer op straat. Zijn we uitgebreid gaan lunchen. De rest van de dag heb ik alleen maar op de bank gelegen. Ik was bekaf, maar ik voelde me wel eindelijk gesteund en erkend.’ Heeft de nachtmerrie hem nu losgelaten? Lange stilte. ‘Ja, ik loop er niet meer mee rond. Maar nu we er zo over praten, merk ik hoe diep de emotie nog zit.’ Dan zegt hij fel: ‘Maar niemand krijgt ooit meer een kopie van mijn identiteitsbewijs. Nooit meer, niemand.’
+

 




Deze website maakt gebruik van Cookies. Waarom? Klik HIER voor meer informatie.