RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Jean-Pierre van de Ven | Illustratie: Sophie van Boven

1vogels.png

De lusten en de lasten van een samengesteld gezin

Je komt na de scheiding een nieuwe liefde tegen. Jij helemaal blij en je kinderen vinden het ook best leuk. Er is een kans dat hij of zij ook al kinderen heeft. Heb je ineens naast een nieuwe liefde een samengesteld gezin. Dan vormen jullie toch gewoon één grote gelukkige familie?

 

 

 

insert-tip

Het zou een kreet van Loesje of een tegeltjeswijsheid kunnen zijn: het leven is wat er met je gebeurt terwijl je andere plannen maakt. Tachtig procent van de Nederlanders heeft een vaste relatie met het plan oud te worden met elkaar. Maar ‘trouw totdat de dood ons scheidt’ verandert maar al te vaak in trouweloosheid en echtscheiding. In Nederland gaan om precies te zijn elk jaar vijfendertigduizend huwelijken de mist in. Daar komen nog eens twee keer zoveel relatie-ontbindingen bij van mensen die niet getrouwd waren maar ooit wel samen een leven wilden opbouwen. Elke dag gaan meer dan driehonderd stellen uit elkaar. Bij de helft van de scheidingen zijn kinderen betrokken. Vier van de vijf kinderen die een scheiding meemaken gaan bij hun moeder wonen. Ze zien hun vader steeds minder, vooral als hij een nieuwe relatie begint. Vijf procent van de scheidingskinderen gaan bij hun vader wonen. Zij zien hun moeder minder, om dezelfde reden. Vijftien procent van de kinderen blijft beide ouders evenveel zien, omdat die hebben gekozen voor co-ouderschap. Na enkele jaren maken de meeste van deze kinderen deel uit van een of twee stiefgezinnen, want papa’s en mama’s blijven niet stilzitten.

Elke 4 jaar 50.000 nieuwe stiefgezinnen
De meeste mannen en vrouwen die scheiden beginnen al snel weer met daten. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat dit meestal binnen twee maanden na de scheiding voor het eerst gebeurt. Na een jaar is de helft van de gescheiden mannen en vrouwen weer verwikkeld in een serieuze relatie. In Nederland gaat dat allemaal een tikkeltje rustiger, maar toch woont na drie tot vijf jaar de helft van de gescheiden ouders weer samen met een nieuwe partner. Gemiddeld elke vier jaar komen er zo tenminste vijftigduizend nieuwe stiefgezinnen bij. Het aantal samengestelde gezinnen neemt zo snel toe dat ons idee van wat een gezin is in rap tempo aan het veranderen is. Een modern gezin is een dynamisch geheel van kinderen en volwassenen die elkaar steeds in andere samenstellingen treffen. Een voorbeeld: Henk en Doortje hebben samen twee kinderen, van zes en acht jaar oud. Henk heeft ook nog een dochter, Fenna, uit zijn eerste huwelijk. Fenna is zestien jaar oud. Ze woont de helft van de week bij Henk en Doortje en de andere helft bij haar moeder. Henk en Doortje komen naar mijn praktijk vanwege relatieproblemen, maar al snel blijkt dat Fenna de grootste bron van ergernissen tussen hen beiden is. ‘Ze houdt zich aan geen enkele regel,’ zegt Doortje. ‘Ze komt midden in de nacht thuis en maakt lawaai, ook al weet ze dat ik vroeg op moet voor mijn werk. Ze nodigt drie vriendinnen uit als Henk en ik een intiem etentje hebben gepland. Ze doet het er om.’ ‘Nou, dat weet ik niet hoor,’ zegt Henk. ‘Kinderen van die leeftijd kunnen gewoon niet zo goed plannen. Dat klopt toch?’ Hij zwijgt. Twee paar ogen kijken me verwachtingsvol aan. Kinderen zijn gemiddeld twaalf jaar oud als ze terechtkomen in een samengesteld gezin. Ze hebben dan vier tot vijf jaar alleen gewoond met hun biologische ouder, meestal de moeder. Samengestelde gezinnen met een biologische vader en een stiefmoeder, zoals bij Henk en Doortje, zijn in de minderheid. Kinderen ervaren de relatie met een stiefmoeder negatiever dan die met een stiefvader. Waarschijnlijk komt dit doordat stiefmoeders meer de neiging hebben om zich actief met kinderen te bemoeien dan stiefvaders.

Voortdurend tussen twee vuren
Biologische ouders in Henks positie hebben voortdurend het gevoel dat ze partij moeten kiezen. Voor hun kind, tegen hun partner. Voor hun partner, tegen hun kind. Dat is een onmogelijke positie als je niemand wilt kwetsen. ‘Jullie verwachten geloof ik van mij dat ik partij kies,’ zeg ik tegen Henk en Doortje. ‘Maar als ik dat doe heb ik een probleem. Als ik zeg dat pubers inderdaad niet gokunnen plannen heb ik ruzie met jou, Doortje. En als ik zeg dat Fenna opzettelijk vervelend doet, dan heb ik ruzie met Henk.’ Doortje slaakt een zucht. Teleurgesteld. Henk zit te knikken. ‘Ik zit tussen twee vuren. Herkenbaar, Henk?’ vraag ik. ‘Jazeker. Ik moet elke dag zulke keuzen maken. Voor mij is dat hét grote probleem.’ ‘Wat een onzin!’ zegt Doortje met stemverheffing. ‘Iedereen kan zien dat dat kind niet spoort. En dat komt door jou, Henk. Jij geeft haar te weinig sturing. Als jij wat meer de regels handhaaft, dan komt het echt wel goed met haar.’ Henk kijkt ongelukkig. ‘Maar jouw regels zijn vaak zo… streng. Hoe kan ik iets handhaven waar ik niet achter sta?’ 

Kinderen uit een samengesteld gezin hebben meer kans op angsten en depressieve gevoelens dan kinderen uit een gezin met beide biologische ouders. Daar staat dan wel weer tegenover dat zij het gemiddeld beter doen op school dan kinderen uit eenoudergezinnen. In gezinnen met een stiefmoeder komt dit waarschijnlijk doordat zij meer rust en regelmaat brengt in het gezin dat enkele jaren na de scheiding alleen heeft bestaan uit vader en de kinderen. Maar de nieuwe orde van een ijverige substituut-moeder komt niet zonder slag of stoot tot stand.

De biologische ouder beslist over het kind
In samengestelde gezinnen met verstoorde onderlinge verhoudingen hebben biologische ouders voortdurend het gevoel dat zij de almaar oplopende strijd tussen hun kinderen en hun partner moeten beslechten. Biologische ouders doen dit meestal door te schipperen. Zij brengen de boodschap van de stiefouder in milde bewoordingen over aan hun kind, en omgekeerd. Daardoor ontstaat verwarring. Boodschappen komen vervormd over, met allerlei misverstanden tot gevolg. Stiefouders reageren op deze verwarring door strengere eisen te stellen of door steeds weer nieuwe regels te verzinnen. De kinderen reageren door zich steeds onafhankelijker op te stellen, een houding die stiefouders als ‘brutaal’ of ‘dwars’ interpreteren en die zij willen afstraffen met nog strengere regels. Ondertussen staan biologische ouders volkomen machteloos toe te kijken. Zo escaleert de boel steeds verder. Enkele zittingen later komt Fenna opnieuw ter sprake. Ze heeft ’s nachts ingebroken in het huis van Henk en Doortje, omdat Doortje weigerde de deur open te doen. Want afspraak is afspraak. Fenna zou om een uur thuis zijn, niet pas om vier uur. ‘Weet je wat me nu zo opvalt?’ zeg ik als Doortje en Henk hun verhaal hebben gedaan. ‘Ik merk dat er bij het vaststellen en vooral bij het handhaven van de regels zo weinig bemoeienis van Henk is.’ ‘Hè hè,’ zegt Doortje. ‘Dat bedoel ik nou. Ik moet het allemaal alleen opknappen.’ ‘Ja, en dat zou je minder moeten doen. Veel minder zelfs. Ik zou willen dat jullie tweeën wel overleggen over regels, maar dat Henk dat bespreekt met Fenna. De biologische ouder moet degene zijn die beslist over het kind.’ ‘En als ik dan niet achter die regels sta?’ zegt Henk, die geduldig heeft zitten luisteren. ‘Die vraag raakt aan de kern van jullie probleem,’ zeg ik. ‘En dat probleem is dus niet Fenna, maar dat is het feit dat jullie geen overeenstemming kunnen bereiken. Als jij het niet eens bent met regels die Doortje bedenkt, dan durf je dat niet tegen haar te zeggen. Daar gaat het om.’ ‘We worden het met zijn tweeën wel eens,’ zegt Doortje, ‘maar vervolgens zegt Henk iets anders tegen Fenna.’ ‘Dat bedoel ik. Als Henk duidelijk is tegen jou, Doortje, dan weet iedereen waar hij aan toe is. Maar Henk kan niet tegen je op. Hoe komt dat? Daar moeten wij het hier over hebben en niet over Fenna.’  

Ophouden met schipperen
De problemen tussen kinderen en een stiefouder escaleren bijna altijd door een gebrek aan duidelijkheid. Het is maar zelden zo dat kinderen ‘moeilijk’ zijn, of dat stiefouders niet geschikt zijn voor hun rol. De meeste partners in een samengesteld gezin weten bovendien heus wel dat het verstandig is om de biologische ouder te laten beslissen over hun eigen kinderen. De onduidelijkheid die desalniettemin ontstaat komt vaak voort uit schuldgevoel. De biologische ouder wil de kinderen ontzien na het trauma van de scheiding en ziet daardoor meer door de vingers dan goed voor hen is. Onduidelijkheid over regels en rollen ontstaat ook doordat biologische ouders niet dezelfde fouten willen maken als met hun vorige partner. Zij vermijden daardoor conflicten, juist met grote drama’s tot gevolg. Ophouden met schipperen, is dan ook mijn devies voor de biologische ouder. Henk is daar inderdaad in geslaagd, ondanks de spanningen die meteen hoog opliepen tussen hem en Doortje. Omdat Henk vaker een andere aanpak koos dan Doortje, moesten zij tweeën meer confrontaties aangaan. Uiteindelijk leverde dat, behalve een betere verstandhouding tussen Doortje en Fenna, een steviger basis voor hun relatie op. Je moet plannen maken, maar je moet ook adequaat reageren op wat er met je gebeurt in het leven. En ook dat mag op een tegeltje. +




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
inhoud6.jpg