RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: Niki Rap | Fotografie: Getty Images

tedik.jpg

Hoe ziek is dik zijn?

Een schoolarts die meteen in de paniek schiet bij een iets te mollig kind, een minister die een convenant opstelt om het nationale BMI omlaag te krijgen. Overdrijven ze niet een beetje? Niki Rap, zelf ex-kandidaat obesitas, vroeg om opheldering en advies bij experts.

28,8 luidde het oordeel van de online BMI-calculator. Met daaronder de waarschuwende woorden: Je bent te zwaar voor je lengte. Zorg ervoor dat je niet verder aankomt of probeer wat af te vallen als je gezondheidsproblemen in je familie hebt. Ik bleek te vallen in de categorie ‘overgewicht’ (boven de 30 zou ik in BMI-termen ‘obees’ zijn geweest). Het kwam aan als een mokerslag: ik zag de vetrollen ook wel, maar gezondheidsproblemen? Dat was meer iets voor supersized Amerikanen, die door de brandweer uit hun huis gehaald moeten worden omdat ze niet meer door de deur passen. Ik hield gewoon iets te veel van het goede leven, hield ik mezelf voor. Nu is het drie jaar later. Op YouTube zie ik Anne Elzinga spreken op Lekker in je Lijf, een anti-dieet-evenement dat begin dit jaar plaatsvond. Elzinga lijkt hetzelfde te voelen als ik toen ik de teller zag uitslaan: ‘De 69 kilo die ik moet wegen van de BMI-tirannen ga ik nooit halen,’ verzucht ze. Erg vindt ze dat niet. Ze schreef Dik in orde, een boek voor plus size vrouwen waarin ze ten strijde trekt tegen de stigmatisering van dikkerds én tegen medici die overgewicht bijna standaard als groot gevaar voor de gezondheid zien. Elzinga heeft een punt. Paar vetrollen te veel en je belandt al in het verdachtenbankje. Dat begint al bij iets te mollige baby’s: hun ouders krijgen op het consultatiebureau niet zelden een bestraffende preek. En als het speklaagje van die kindjes dikker wordt, kunnen ze als puber geen broek bij Abercrombie & Fitch scoren: de grootste maat die deze hippe keten voert, is 40 – en lelijke (lees: gevulde) mensen mogen er niet werken. Sizeism, discriminatie op basis van omvang, is overal.

Liever fit en vol dan slank en sloom
Maar of het ook klopt dat te dik zijn helemaal niet zo ongezond is, zoals Elzinga stelt? Oud-huisarts Françoise Langens is als arts verbonden aan de Nederlandse Obesitas Kliniek. Ze begrijpt Elzinga wel: ‘Er zijn genoeg mensen die én heel zwaar zijn én heel oud worden. Het is een hetze om alles op te hangen aan gewicht: slank zijn betekent niet sowieso gezond zijn.’ BMI blijkt niet zaligmakend. Langens is ervan overtuigd dat je met een BMI van bijvoorbeeld 26 gezonder kunt zijn dan iemand die in de ‘veilige’ zone zit. Er zijn volgens haar genoeg voorbeelden van zulke mensen. Ze zijn (iets) te dik, maar bewegen genoeg en eten verantwoord. Kortom: je kunt beter fit en vol zijn dan sloom en slank. Michael Müller, professor Voeding, Metabolisme en Genomics aan de Universiteit Wageningen, voegt daar aan toe dat een sportief type te dik kan lijken, terwijl z’n verhoogde BMI voortkomt uit extra spiermassa. Omgekeerd is een laag BMI geen garantie op gezondheid. Er blijken namelijk nogal wat tofi’s te zijn: thin outside, fat inside. Müller legt uit: ‘Er zijn drie soorten vet: subcutaan, dat direct onder de huid zit, de viscerale soort die zich rond organen ophoopt, en ectopisch vet dat zich in organen nestelt. Die laatste twee zie je aan de buitenkant niet, maar ze vormen wel een fors gezondheidsrisico. Het blijkt dat ook dunne mensen vol kunnen zitten met zulk vet als ze te veel en fout eten en te weinig bewegen. Die tofi’s lopen dus net zoveel kans op gezondheidsproblemen als de zichtbaar obesen. Staar je dus niet blind op de weegschaal.’ Daarnaast: vet heeft ook een gunstige functie. Müller: ‘Direct onderhuids vet is verantwoordelijk voor de vorming van belangrijke hormonen. Heb je te weinig vetweefsel, dan kan dat bijvoorbeeld tot onvruchtbaarheid

Op weg naar een scootmobiel
Aan de andere kant is te veel vet hebben ook slecht, zegt Müller. Dat gooit alle hormonale processen overhoop en kan slecht uitpakken voor je vruchtbaarheid en immuunsysteem. Daarnaast verhoogt overgewicht het risico op hart- en vaatziektes, diabetes en kanker aanzienlijk. Daar twijfelt geen expert meer aan. Langens: ‘Je hebt kans dat je korter leeft, maar wat ik eigenlijk erger vind is dat de kwaliteit van leven stukken minder wordt als je ernstig overgewicht hebt. Ik zie het elke dag in mijn werk: mensen worden continu geconfronteerd met alles wat ze niet kunnen door hun gewicht, en zijn hun laatste jaren vaak afhankelijk van een scootmobiel. Afvallen mag dan een verstandige move zijn, maar wat als die zwembandjes ‘in de familie’ zitten? Kun je die extra kilo’s dan niet beter accepteren? Langens: ‘Het is lange tijd ontkend, maar genetische aanleg om zwaar te worden bestaat wel degelijk. Alleen hoeven die vetgenen niet te betekenen dat je niet kunt afvallen. Het is alleen wel harder vechten.’ Van haar mag de overheid zich best met het ‘afvalgevecht’ bemoeien: ‘Je zou voor de grap eens een sigarettenautomaat op een school neer moeten zetten. Dat vindt niemand kunnen. Maar als het om een snoepautomaat gaat, is het opeens ‘eigen verantwoordelijkheid’ en ‘vrijheid blijheid’. Dat is toch gek?’ Het is tijd dat de overheid, scholen en de gezondheidszorg gaan samenwerken in plaats van naar elkaar te wijzen als het om de bestrijding van obesitas gaat, vindt ze. Müller onderstreept het belang van het tegengaan van overgewicht: ‘Een vette lever is het startpunt van heel veel lifestyleziekten. Met een total body scan zou je zulk gevaarlijk vet, dat je in de spiegel niet ziet, op kunnen sporen. Maar het is effectiever om, eventueel met behulp van een lifestyle coach, je voedings- en bewegingspatroon te monitoren en aan te passen. Helaas zijn er geen snelle fixes, dat vet is er tenslotte ook niet in één nacht bijgekomen.’

Het is niet elke dag feest
Ook Françoise Langens ziet verandering van leefstijl als de beste manier om vitaal te blijven. Of je nu dik bent of dun. ‘Het is voor iedereen belangrijk om gezond te eten. En dan heb ik het niet over ingewikkelde dingen, maar gewoon terug naar de basis. Veel groente en fruit, af en toe vette vis, de bekende adviezen. En minder vlees: ietsje minder en je valt vaak al af. Scheelt meteen geld. Etiketten spellen is niet nodig. Kies voor pure, zoveel mogelijk onbewerkte voeding. Met af en toe een wijntje is niks mis; het probleem is dat we alles willen: de drankjes, de lekkere garnalen, de chocola. En dat het liefst elke dag. Maar zo’n feestgevoel kan ons lijf helemaal niet aan. Bij mij thuis hebben we daarom weer het verschil tussen ‘door de week’ en ‘weekend’ ingesteld. Door de week eten we geen chips en chocola. Mijn kinderen van 12, 16 en 17 accepteren dat eigenlijk zonder morren, juist omdat de regel duidelijk is. 



Natuurlijk wijk ik er af en toe wel vanaf: ik geloof er niet in dat kinderen nooit mogen snoepen.’ Overigens is er waarschijnlijk nog een goede reden om veel vezels - groente, fruit, volkoren brood - te eten: uit recent onderzoek blijkt dat die kunnen bijdragen aan een flinke dosis goede bacteriën in je darmen, en die beestjes zouden het risico op gezondheidsproblemen kunnen verlagen. Of je nu overgewicht hebt of niet. Müller staat achter het ‘pure’ beleid van Langens: ‘Als je veel bewerkt, hoog calorisch voedsel met toegevoegde suikers eet, heb je een grotere kans dat je van binnen vet ophoopt. Eet je vers en volgens het seizoen, dan kom je al een heel eind.’ Bewegen is een must als je in conditie wilt blijven. Langens: ‘Veel artsen en fysiotherapeuten jagen hun patiënten de sportschool in. Maar dagelijkse activiteiten zijn net zo nuttig én veel beter vol te houden. Helemaal als je zorgt dat die beweging je op meerdere gebieden vooruithelpt. Als het alleen om een gezond gewicht gaat, is de beloning niet groot genoeg. Zo denk ik altijd als ik de fiets pak: ik geef meteen m’n kinderen het goede voorbeeld. En ik word er ontspannen van.’

Gezondheid is geen getal op de weegschaal
In het YouTube-filmpje vertelt Anne Elzinga dat ze tijdens het schrijven van haar boek eindelijk de knop vond die heel wat therapeuten haar tevergeefs hadden helpen zoeken: die van totale leefstijlverandering. Ze ging meer bewegen en werd ‘vriendjes met haar vlees.’ Na mijn BMI-onheilstijding kwam ik ook in actie. Ik schrok niet alleen dat ik officieel bij de dikkerds hoorde, maar had vooral geen zin om tot de grote maten veroordeeld te zijn. Ook al hadden ze eufemistische Big is beautiful-namen; ik voelde me aartslelijk in te strak gespannen jurkjes. Ik gooide mijn leven radicaal om, viel met het boek Het geheim van slanke mensen heel relaxed meer dan 20 kilo af en nam een abonnement op de sportschool. Inmiddels zegt de BMI-meter: 20,3. Ik ben het volkomen eens met de vorige sprekers: gezondheid is geen getal op de weegschaal of een BMI-uitslag op je computerscherm. Te zwaar zijn betekent niet automatisch dat je ongezond bent. Maar achter mijn verse BMI-score gaat een nieuwe wereld schuil. Zonder uitpuilende broeken en met bakken energie, in lijf én hoofd. +




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
Special over wonen
RA04_4TM5_INHOUD.jpg