RADAR+ Online

Word Abonnee

Tekst: José Rozenbroek, Femke van der Laan en Lara Aerts | Illustratie: Hannah Barrow

GoedeVoornemensV2.png

Goede voornemens? Nog ééntje

Bij het vooruitzicht van iets prettigs – glas wijn, nieuw zwart jurkje – raakt je gelukscentrum geprikkeld. Niet dat je dan meteen een hele fles achterover kiepert of een week later alweer een nieuw zwart jurkje koopt. Maar de verleiding is groot. Belangrijk: blijf de baas over jezelf.

Opeens was ik er klaar mee. Ik wilde niet meer kopen. Niet meer abrupt de stad in om iets te scoren, niet meer online shoppen tot diep in de nacht. Gaandeweg was er iets dwangmatigs geslopen in mijn koopgedrag. Ik heb altijd al van mooie kleren gehouden, ik ken de kick van kiezen, passen, kopen. Ik ken ook de wegebbende euforie, de lichte schaamte waarmee je het nieuwe jurkje thuis de kast in moffelt, een paar schoenen achter een kledingrek verstopt, een tasje met inhoud een weekje in de auto laat liggen. De wrevel waarmee ik het commentaar van huisgenoten wegwuif: hoezo koopverslaafd, ik heb gewoon een nieuw zwart rokje nodig. Feit was dat mijn kasten uitpuilden en dat mijn bank­rekening elke maand hiaten vertoonde. Dat er een crisis woedde in het land en dat een beetje hand op de knip best op z’n plaats was. Maar vooral wilde ik mezelf weer in bedwang duwen, het gevoel krijgen dat ik mezelf de baas ben.

Ik weet dat ik licht verslavingsgevoelig ben. Zes jaar, negen maanden en 21 dagen geleden ben ik met roken gestopt. Cold turkey, na ontelbaar veel stoppogingen, waarbij ik mezelf steevast na drie, vier maanden onthouding weer een sigaretje gunde. Want één peuk op een gezellig feestje, dat kan toch best? Ik weet nu: voor mij bestaat er niet één peuk op een gezellig feestje. Als ik één sigaret rook, rook ik binnen de kortste keren weer een half pakje per dag. Of meer. Daarom ook wilde ik een aantal maanden helemaal niks kopen. IJskoud afkicken van mijn verslaving. Geen jas, geen tas, nog geen onderbroek zou ik aanschaffen. In ieder geval tot de volgende uitverkoop, zo nam ik me voor. Mijn vriendin Carin Prins, psycholoog, besloot met me mee te doen. Ook zij kent de roes waarin je naar je lievelingswinkel of shoppingsite wordt toegezogen. Ze vergelijkt dergelijke koopzucht met een verslaving aan alcohol, drugs of sigaretten. Een glas wijn of een onweerstaanbaar koopje kan bij mensen die er gevoelig voor zijn de nucleus accumbens prikkelen. Dat is een klein gebied vol hersencellen, diep gelegen in de hersenen. Het ziet eruit als een M&M, met een kern (de pinda) en een schil (de chocola). Die nucleus accumbens wordt ook wel het gelukscentrum genoemd: bij het vooruitzicht van iets heel prettigs – een sigaret, een lijntje coke, een nieuw zwart jurkje – raakt hij geprikkeld en komen er geluksstofjes vrij in de hersenen. En dan moet je wel van heel goeden huize komen, wil je de verleiding weerstaan die je in het vooruitzicht wordt gesteld. Prins: ‘Door die gelukshormonen, endorfinen geheten, voel je een rush door je lichaam gaan, je kunt er geen weerstand aan bieden, je moét letterlijk scoren. Daarnaast komt er ook nog een stoot adrenaline vrij, die maakt dat je tot actie komt.’ Vervolgens treedt een psychologisch mechanisme in werking dat cognitieve dissonantie heet. Wat krom is, praat je recht, je sust jezelf met drogredenen: inderdaad je hebt al zeven zwarte jasjes, maar nog niet een met witte knopen. En die rok is nu zo goedkoop; je zou een dief zijn van je eigen portemonnee als je die laat hangen. Dan kom je thuis met je tas vol kleren. De endorfine en de adrenaline raken uitgewerkt. De kick ebt weg. Wat overblijft, is een gevoel van leegte. Wat heb je nou gedaan? Wat moet je in vredesnaam met dat mosterdkleurige vest dat nu al slobbert? Lang verhaal kort: Carin en ik hebben maanden niks gekocht. Nog geen paar sokken.

De eerste weken waren lastig, daarna viel het mee. Werkte het zelfs bevrijdend. Het gaf rust om niet langer op internet naar leuke jurkjes te zoeken. Ik vond mezelf niet meer terug in de stad, terwijl ik eigenlijk moest werken. Ik herontdekte allerlei vergeten schatten in mijn garderobe. Ik stond niet langer rood. Kortom, ik had mezelf weer in de hand. Tegen dat prettige gevoel woog het gemis van een paar nieuwe laarzen niet op. Jammer alleen dat ik het niet lang heb volgehouden. Ja, vier maanden. Tot ik mijn favoriete winkel werd ingelokt door dat bordje SALE op de ramen. En wie zag ik daar? Carin. Verhit en met haar armen vol kleren kwam ze net een paskamer uit. +

Wat kun je ertegen doen?
Niets moeilijker dan van een verslaving af te komen. Sommigen lukt het cold turkey, maar dan moet je wel over een ijzeren wilskracht en doorzettingsvermogen beschikken. Nog moeilijker dan stoppen is om het vol te houden of maat te houden – maat houden is zo mogelijk moeilijker, weet iedereen die weleens geprobeerd heeft te stoppen met te veel drinken, te veel eten, te veel kopen. Heb je – of je omgeving – het gevoel dat je verslaving uit de hand loopt en lukt het je niet op eigen kracht te kappen: schroom niet om hulp te zoeken. Vraag je huisarts om raad. Schaam je niet, je zult niet de eerste zijn in zijn praktijk met een verslavingsprobleem.




  • 1.Goedevoornemens.png
    1. Het verslavingsmiddel zelf

    Sommige genotsmiddelen zijn verslavender dan andere. Tabak, alcohol, heroïne zijn bijvoorbeeld super verslavend. Vandaar ook dat er 300.000 alcoholisten in Nederland rondlopen, en 4.000.000 rokers.

  • 2.Goedevoornemens.png
    2. Je hersenen

    Volgens veel wetenschappers zijn verslaafden geen slappelingen maar pechvogels, toegerust met een te hunkerend brein. De nucleus accumbens, het genotscentrum in je brein, wordt geprikkeld als je iets doet wat nodig is om te overleven: eten, drinken, seks. Het geeft dan dopamine af, een geluksstofje dat je een lekker gevoel geeft en je aanspoort die handeling nog eens te herhalen. Ook drank en drugs kunnen dit geluksgevoel bewerkstelligen. Sterker: ze zijn nog veel stimulerender, laten nog veel meer dopamine vrijkomen dan de beste vrijpartij. Bij verslavingsgevoelige mensen zijn er meer receptoren nodig om hetzelfde geluksgevoel op te wekken. Met als gevolg dat ze meer gaan roken, drinken, enzovoort. Het zijn je hersenen die bepalen of je in meer of mindere mate ontvankelijk bent voor drank, drugs of een andere verslaving. 

  • 3.Goedevoornemens.png
    3. De gewoontes die je hebt ontwikkeld

    Altijd een sigaretje bij je eerste kopje koffie? Dan gaat je lichaam al naar nicotine hunkeren op het moment dat je de koffie hoort pruttelen. Altijd een glaasje met je man als je uit je werk komt? Moeilijk om dat soort gewoontes te doorbreken.


  • 4.Goedevoornemens.png
    4. Je persoonlijke eigenschappen

    Zit je goed in je vel, kun je goed omgaan met negatieve gevoelens? Of ben je eenzaam of verlegen en durf je meer als je een glaasje op hebt? Dan is de kans groot dat je je moed indrinkt voordat je naar een borrel of een feestje gaat.

  • 5.GoedeVoornemens.png
    5. Je sociale status

    Hoe lager je positie in de pikorde, hoe ontvankelijker je brein is voor verslavingsmiddelen, zo blijkt uit onderzoek bij aapjes.

  • 6.Goedevoornemens.png
    6. Stress

    Als ratten worden geïsoleerd en de stress daardoor bij ze stijgt, neemt de gevoeligheid voor en hunkering naar drugs toe.



Sluiten

INHOUDSOPGAVE
INHOUD01_2019.jpg