RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Sahra-Mie Luyckx

GettyImages-175482771.jpg

Lentewandelingen

Sneeuwklokjes en speenkruid, terugkerende trekvogels en met een beetje geluk ook al wat bloeiende sleedoorns. De lente komt eraan. Vier experts tippen waar je nu moet wandelen.

 

Losnummer_banner

Wandeling 1

Journalist Caspar Janssen schrijft voor de Volkskrant over de natuur en wandelen. Hij raadt twee routes aan vanuit het Zuid-Limburgse Noorbeek (ruim 4 of bijna 9 kilometer). ‘In Zuid-Limburg is het al snel een paar graden warmer dan in de rest van Nederland, dus begint de lente hier het eerst. Je ziet dan de bloeiende witte mei- en sleedoorns. Die ­groeien langs de bosranden en steken af tegen de nog kale bomen. Een prachtig gezicht. Ook de hoogstamfruitbomen krijgen er eerder bloesems dan bijvoorbeeld in de Betuwe.
Zuid-Limburg was altijd al een van mijn favo­riete streken. Op sommige plekken gaan klein­schalige landbouw en natuur nog naadloos samen. Dat zie je helaas steeds minder: de druk op het platteland door onder meer de agrarische schaalvergroting is enorm. Het dorpje Noorbeek heb ik pas onlangs leren kennen. Een leuk plaatsje dat nog niet is plat­gelopen door toeristen, omdat het in een uithoek ligt vlakbij de ­Belgische grens. De wandeling begint op een smalle holle weg, typerend voor het Zuid-Limburgs landschap, en gaat vervolgens om het Noordal heen. Een geweldig glooiend gebied met graften: een soort miniterrassen die op de met struiken en bosjes begroeide ­hellingen liggen. Perfect landschap voor vogels en andere dieren, omdat ze er beschutting vinden. Je hoort er de steeds zeldzamere geelgors; een van mijn favorieten wiens lied op de eerste tonen van Beethovens Vijfde symfonie lijkt. En onderweg kom je veel Mariakapelletjes tegen; ook ­karakteristiek voor het katholieke zuiden.’
Info natuurmonumenten.nl/­natuurgebieden/noordal

 

Wandeling 2

Sarah-Mie Luyckx schrijft over wandelen voor dagblad Trouw. Zij loopt graag over de Utrechtse landgoederen Amelisweerd en Rhijn­auwen (10 of 15 km). ‘Deze landgoederen ten oosten van Utrecht worden wel de achtertuin van de stad genoemd. Vooral in het vroege voorjaar is die omschrijving op zijn plek. Want dan is er in de parkbossen rondom de illustere landhuizen een explosie van onder meer sneeuw­klokjes, boshyacinten en daslook. Allemaal stinzenplanten: verwilderde bolgewassen die de adel een paar eeuwen geleden liet aanplanten om hun onder­komens op te sieren. Ook vanaf het smalle, soms modderige jaagpad naast de Kromme Rijn – ­waarlangs de route deels gaat – kun je die vroege voorjaarsbloeiers zien. En er is meer waarom je daar zo lekker loopt: aan het riviertje staan historische boerderijen, bonkige knotwilgen, en enkele, tegenwoordig zeldzame hoogstamboomgaarden. Ook fijn: daarna is het lekker wegkijken over wat weilanden. Alleen wie absolute stilte wenst – voor zover nog voorradig in dit land – moet hier niet zijn. Op de landgoederen wordt geboerd, en de horeca is populair. Niet voor niks. Houten Theehuis ­Rhijnauwen is misschien niet het lekkerste maar wel het leukste pannenkoekenhuis. De biologische Veld­keuken – gevestigd in het koetshuis van Oud-Amelisweerd – is culinair gezien juist wel een aanrader. Toch valt het vaak mee met de drukte op de omliggende wandelpaden. Vooral als je je bedenkt dat dit hartje Randstad is!’ Info wandelzoekpagina.nl. Groene Wissel­wandeling 4 begint op station Utrecht-Lunetten. Je kunt langs de Kromme Rijn door­lopen naar het centrum van Utrecht. Overigens zijn de land­goederen overzichtelijk en goed beweg­wijzerd. Dus kun je er ook zonder route lopen.


Wandeling 3

Wandelblogger Bregje Schipper alias de Wandelvrouw kiest de Vooroever bij Medemblik (lijn­wandeling, circa 8 km heen en terug). ‘Hoewel ik als wandelblogger overal kom, tip ik dit gebied dichtbij mijn eigen woonplaats Enkhuizen.
Ik vind het er fijn omdat het zo ontzettend gevarieerd is. Er zijn allerlei gemarkeerde routes, maar die heb je helemaal niet nodig. Je loopt gewoon langs het IJsselmeer op een stuk op­gespoten land tussen de Westfriese omringdijk en het water.
Dat is altijd mooi om te zien, omdat er constant beweging is.
Ook passeer je een opvallend woest stukje natuur­gebied dat het Nederlandse mangrovebos wordt genoemd. Daarin ligt een eilandje waar het in het voorjaar een drukte van belang is. Allerlei vogels die zijn teruggekomen uit het zuiden strijken er neer: ganzen, brilduikers en ook lepelaars, die je in dit land lang niet overal ziet. Een verrekijker meenemen
is dus een aanrader. Aan de andere kant van de dijk ligt de Groote Vliet, een binnenmeertje in het polderlandschap. Je kunt eromheen wandelen of verder lopen op de dijk naar de Koopmanspolder. Daar zie je een bijzondere, door een ­kunstenaar ontworpen waterberging in de vorm van een draaikolk. Het landschapskunstwerk met natte en droge gedeelten is bedoeld om de polder voor flora en fauna aantrekkelijker te maken. En dat lukt: de natuur neemt het er langzaam maar zeker over. Daarna loop je weer terug naar Medemblik. Een mooi oud stadje met een kasteel en een stoommuseum. Daar is voor ­kinderen van alles te doen. Zelf sluit ik steevast af bij strand­paviljoen De Zoete Zee, een prima pleisterplek.’
Info recreatieschapwestfriesland.nl

 

Wandeling 4

Routemaker Wandelbart/Bart van der Schagt tipt de Groene Wissel Wandeling 163 ‘Winterswijk: Bekendelle en Buskersbos’ (19 km). ‘Ik houd van weidsheid. Kilometers weg kunnen kijken in bij voorkeur Groningen en Friesland. Maar voor deze wandeling maak ik graag een uitzondering. Ze gaat deels door het verstilde, landelijke coulissenlandschap van de Achterhoek. Langs weilanden en akkers die ooit door de boeren werden afgebakend met struiken en bomen. Dat heeft iets knus, wat vroeg in het jaar als het nog koud kan zijn wel zo aangenaam is. De landwegen verbinden twee natuurgebieden met elkaar: Bekendelle en Buskersbos. Beide vallen in de categorie ‘beekbegeleidend bos’. Je loopt er over prachtige paadjes direct langs de kronkelende oevers van de Boven-Slinge. In Bekendelle ligt het bos vrij laag waardoor het kan onderlopen als de beek in de prille lente overstroomt. Dat is een spectaculair gezicht. En voordat de bomen gaan uitbotten zie je er goed de enorme tapijten van vroege voorjaarsbloeiers. Speenkruid, sleutelbloemen, bosanemonen. Een feestje dat ik al vaak heb gefotografeerd. De Groene Wissel Wandelingen die ik ­ontwikkel, loop je aan de hand van een ­beschrijving. Omdat het geen gemarkeerde routes zijn, ben ik niet afhankelijk van land­eigenaren om plaatjes te mogen plaatsen. Daarom kan ik makkelijker voor wat ­spannender ­paadjes kiezen. Dat geldt ook voor deze wandeling: zo’n 100 meter van de beek loopt het ‘gewone’ wandelpad dat wat saaier is. En steevast beginnen en eindigen mijn ­wandelingen in een plaats met goed openbaar vervoer. In dit geval dus Winterswijk, een gezellig dorp met kerk, brink en horeca.’
Info wandelzoekpagina.nl