RADAR+ Online

Word Abonnee

tekst: Mischa Blok

GettyImages-953815462.jpg

Column: Mannen, benen bij elkaar!

Dat mannen wijdbeens in openbare ruimtes te veel plaats innemen, is al erg genoeg. Als je net als Mischa in het vliegtuig zo’n hork naast je treft, heb je helemaal pech. Hoe zit dat eigenlijk met de ruimte naast, voor en achter je vliegtuigstoel? Daar heb jij toch voor betááld?

Mischa Blok (44) is sinds 2010 bij NPO RADIO 1 werkzaam als eindredacteur, verslaggever en presentator. Ze presenteert elke zaterdag tussen 15.00 en 16.00 uur het consumentenprogramma RADAR RADIO. De uitzendingen zijn terug te luisteren via radar.avrotros.nl/uitzendingen/gemist.

Hoeveel ruimte kan één man innemen? Belachelijk veel, bedenk ik me, terwijl ik met verbazing naar de meneer kijk die links van mij in het vliegtuig zit. Hij heeft beide armleuningen geclaimd. Zijn rechtervoet heeft hij voor mijn stoel geplant. Als ik de warmte van zijn plakkerige bovenbeen niet wil voelen, moet ik helemaal naar de rechterkant hellen. Hij heeft zijn territorium nog net niet afgebakend door er een plasje omheen te doen.
Eenmaal thuis heb ik me er eens verder in verdiept. Dit onterecht opeisen van de openbare ruimte door het mannelijke geslacht heeft een Engelse naam: manspreading. Mannen die wijdbeens door het leven gaan. Ook weleens aangeduid met de term ballrooming. Op internet vind je hele wetenschappelijke artikelen over dit verschijnsel, en ook vele tegenreacties. De metro in New York is ooit zelfs een campagne gestart om het manspreaden de kop in te drukken. Op foto’s zie ik mannen wijdbeens in de metro, trein of bus zitten. En de vrouwen? Die zijn hier de dupe van, want die zitten er ineengefrommeld naast.
Tijdens mijn vlucht is de man overigens niet de enige persoon die mijn persoonlijke ruimte aantast. Voor me zit een vrouw die haar stoel in de uiterste ligstand zet, waardoor mijn mini-ontbijtje half in mijn schoot belandt. Achter me schopt een krijsende peuter continu tegen de achterkant van mijn stoel. Rechts van me zit een jongen die zijn deodorant waarschijnlijk al had ingepakt voordat hij hem vanochtend kon gebruiken.  


Waar heb je recht op?

Vlieg-etiquette. Eigenlijk gek dat we die nooit hardop bespreken. Het staat niet zwart-op-wit in de vluchtinformatie. Het wordt niet genoemd tijdens het standaard praatje van de steward of stewardess. Iedereen heeft voor zijn of haar vliegtuigstoel betaald, dus iedereen in deze economyclass heeft recht op evenveel beenruimte, armruimte of vlieggenot. Zolang het onduidelijk is wie waar recht op heeft, kun je de ander er ook niet op aanspreken. Mijn tactiek is om zodra ik ga zitten mijn armsteun te claimen en mijn arm daar te laten liggen, wat er ook gebeurt. Daarnaast plaats ik mijn handtas tussen mijn voeten op de grond, en zet ik mijn
voeten precies op de buitenste grenzen van mijn beenruimte. Let op: eenmaal afgestane ruimte is heel moeilijk weer te heroveren.


Beenruimte

Vooral die beenruimte leidt regelmatig tot discussies. Het Britse tijdschrift The Economist wijdde er vorig jaar een interessant artikel aan. Wie is eigenaar van de ruimte tussen de stoel waar je op zit en de stoel voor je? Enerzijds kun je zeggen dat de persoon voor je het recht heeft om zijn of haar stoel naar achteren te doen, dus ook die ruimte beheert. Anderzijds kun je redeneren dat de beenruimte voor je bij jouw stoel hoort en jij die dus mag claimen. Het is een lastige kwestie.


Omhóóg die stoel!

Als we volgens het tijdschrift de theorie van econoom én Nobelprijswinnaar Ronald Coase hanteren, moeten we de tussenruimte als een schaars goed beschouwen waar we de vrije markt op los moeten laten: dus degene die het meest betaalt, mag die ruimte claimen. Dat levert natuurlijk veel gedoe op met variabele prijzen. Praktischer zou zijn om ervoor te zorgen dat vliegtuigstoelen niet meer naar achteren kunnen. En dat mannen gewoon hun benen bij elkaar houden.  




Sluiten

INHOUDSOPGAVE
Special over wonen
RA04_4TM5_INHOUD.jpg